Het uit weilanden, akkers en
braakliggende gronden (o.a. de Kustersdriessen) bestaand
terrein, begrensd door de Groenstraat, Waubach en Steenenkruis
werd omstreeks 1922 aangewezen om als zodanig te dienen. In enkele jaren tijds liet de
mijndirectie een voor die tijd opmerkelijk mooie woonkern
verrijzen, compleet met kerk en scholen.