|
Het
ontstaan van Lauradorp.
|
|
|
De
naam Lauradorp.
|
|
| Buitenlanders
te Lauradorp.
|
Van heinde en verre, uit heel Nederland, maar ook uit het buitenland, kwamen werkzoekenden op de werkgelegenheid bij de mijnen af. In 1924, zo meldt Dr. Remigius Dieteren, bestond negen procent van de lagere schoolbevolking in het mijngebied uit buitenlandse kinderen en in 1932 was dat ruim vijftien procent. Onder deze kinderen bevonden zich veel Duitsers, grote groepen Polen, Joego-Slaven en Tsjecho-Slowaken, Belgen, Oostenrijkers, Hongaren, Italianen en kleinere aantallen Fransen, Engelsen, Amerikanen, Roemenen, Zwitsers, Russen, Letlanders, Luxemburgers en kinderen zonder nationaliteit. In ongeveer 30 scholen vormden de buitenlandse kinderen meer dan 25 % van de schoolbevolking, in sommige meer dan 40 %. “Het hoogste cijfer”, aldus Dieteren, “behaalden de scholen van het Lauradorp te Waubach met ongeveer vijftig procent”. |
|
Huisvesting
. Die
mijnwerkers moesten gehuisvest worden. Laura & Vereniging (L&V) pakte dat grootscheeps aan. Voor het personeel van de eerder geopende mijn Laura had de onderneming woningen gebouwd in Eygelshoven. De buurtschap Hopel is daardoor ontstaan. Voor het personeel van de nieuwe mijn JULIA werd in de gemeente Ubach over Worms, tegen Waubach aan, een compleet dorp ontworpen: het dorp van Laura & Vereniging, Lauradorp dus. Zo komt het dat de meeste mijnwerkers die in Lauradorp een woning kregen, niet werkzaam waren op de Laura, maar op de Julia.
|
|
|
Woningstichting
Thuis Best. De woningen van Lauradorp waren uitsluitend bedoeld voor het personeel van Laura & Vereniging. Ze werden verhuurd en beheerd door de woningstichting Thuis Best. Aan Thuis Best moest de huur worden betaald. Dat ging overigens via het loonstrookje. De huurders betaalden niet rechtstreeks aan Thuis Best, maar de mijn hield de huur in op het loon. Vandaar ging de huur naar Thuis Best.
|
|
| Een
mooi dorp, een tuindorp!
|
De Amsterdammer Willem Schweitzer was in die tijd directeur van L&V. Hij wilde een mooi dorp. Zijn personeel moest zich er thuis zou voelen en gezond wonen. Drie architecten kregen het verzoek het dorp te ontwerpen. Eisen waren: brede straten en grote pleinen, veel groen, grote tuinen en alle nodige voorzieningen, zoals: scholen, kerk met patronaat en klooster, huishoudschool voor de meisjes, bioscoop, consultatiebureau en winkels. Het ontwerp van architect Jan Drummen uit Brunssum won het en Drummen heeft een heel mooi dorp gebouwd. De mijndirectie was heel trots op haar dorp en naar verluidt kwamen vele andere gemeenten en ondernemingen die nieuwe woningen wilden bouwen, naar Lauradorp voor informatie en inspiratie. In 2008 kreeg Lauradorp de eretitel van Beschermd Dorpsgezicht. |
| Rond
1925 kwam de bouw goed op gang, maar in 1931 stagneerden de
bouwactiviteiten. Pas de helft van de geplande 1000 woningen was
opgeleverd. Door de wereldwijde economische crisis nam de vraag naar
steenkool sterk af. De mijn kon geen geld meer steken in de verdere
bouw van haar dorp. Bovendien was dat voorlopig ook niet nodig, want
veel mijnwerkers, vooreerst de buitenlanders, kregen ontslag. Zij
moesten elders werk zoeken en daardoor kwamen tussen 1931 en 1937 veel
woningen leeg te staan. Rond 1935 stond bijna de helft van de woningen
leeg. Dat duurde tot 1937, toen de economie weer aantrok. Pas na 1945 kon Lauradorp worden afgebouwd. Er kwamen zo’n 450 woningen bij en in het begin van de vijftiger jaren kwamen ook de eerder geplande winkels tot stand (aan het kerkplein) en, in 1956, ook een Gemeenschapshuis, dat aanvankelijk “Huis Lauradorp” genoemd werd |
De
bouw van Lauradorp.
|
|
Meer
informatie over Lauradorp? Voor
dit verhaal is in het bijzonder gebruik gemaakt van de publicatie Uit
de geschiedenis van Laura & Vereniging door Gerard Brouns te
Eygelshoven, alsmede van het boek van Dr. Remigius Dieteren O. F.M.:
Grondbeleid en Volkshuisvesting in de Mijnstreek. Ook
interessant zijn wellicht: |
|
|
Teksten beschikbaar onder CC-BY-SA/GFDL.
|
|